Beleg de taartvorm met bakpapier.
Verkruimel de koekjes fijn. Smelt 150 gram boter en roer door de koekkruimels.
Druk het koekmengsel in de bakvorm aan om de taartbodem te maken. Maak ook een rand van 2 à 3 centimeter hoog. Zorg dat alles stevig aangedrukt is en zet de taartbodem in de koelkast.
Smelt 120 gram boter in een steelpannetje. Als het gesmolten is zet je het vuur laag.
Voeg de stroop en de gecondenseerde melk toe en roer het goed door.
Voeg 2 mespunten zout toe en blijf roeren tot de karamel dikker wordt (minimaal vla dikte), dit kan 10 tot 20 minuten duren (blijven roeren!)
Als de karamel dik genoeg is, zet je het vuur uit. Roer nog 1 minuutje door. Giet vervolgens over de koekbodem en laat dit 1 uur afkoelen. Zet daarna in de koelkast om verder op te stijven.
Smelt de chocolade au bain-marie samen met de melk. Giet daarna over het karamel mengsel en smeer uit met een spatel. Strooi er grove zeezout vlokken overheen.
Kleur de kokosrasp met de kleurstof en verspreid over de uiterste rand van de taart.
Laat een aantal uur in de koelkast staan.